Rijden op de N2

Via de N2, een van de grootse wegen in het Zuiden, gaan we naar Wilderness, een plaats die ongeveer in het midden ligt van de route Kaapstad naar Addo Elephant National Park.

Onze vaste chauffeur Krein heeft zich het Afrikaanse rijden volledig eigen gemaakt. Links rijden is inmiddels een peulenschil voor hem. Vandaag heeft hij zich nieuwe vaardigheden eigen gemaakt.

Van tweebaans, veelal zonder vangrail in het midden, verandert de route regelmatig in eenbaans. De toegestane snelheid blijft gelijk, namelijk 120. Inhalen gaat heel galant, een vrachtwagen of auto voor je gaat op de vluchtstrook rijden zodat jij kan passeren. Regelmatig rijden er dus drie voertuigen naast elkaar op een eenbaans weg. Voor Krein een makkie, de rest van de inzittenden heeft het zwaar. Zij hebben twee opties: toeschouwen of ogen sluiten. Wil ik gezegd hebben, dat dat los staat van Kreins rijstijl want die is absoluut veilig.

Net als in Kaapstad lopen ook hier mensen langs de weg, op diezelfde vluchtstrook waar auto’s uitwijken, met dat verschil dat er hier veel harder gereden wordt. Op een gegeven moment zien we op de andere weghelft een tractor rijden, ook langzaam verkeer is kennelijk welkom.

De uitzichten zijn fenomenaal, rotspartijen, groene vlaktes, bergen, zelfs een Nederlands tafereeltje van windmolens op grasland, veel bloeiende agaven en witte baaien met schuimende golven. We zien ook enorme vlaktes vol grazende schapen. Koeien zijn hier duidelijk in de minderheid. Op het laatst moet Krein zijn kop er even goed bijhouden als er langs de kant van de weg op nog geen meter afstand van de auto bavianen lopen. Helaas moeten we dat fotomomentje laten schieten.   

 

Kaap de Goede Hoop

‘He die auto stopt, zou daar iets te zien zijn?’ Twee struisvogels pikken langs de weg naar het meest zuidwestelijke puntje van het continent, in de struiken. De ramen van de auto naar beneden en filmen. Dit is toch even iets anders dan in de dierentuin. Langzaam rijdt Krein verder, ook vanwege de nare drempeltjes in de weg. Hij parkeert de auto op de parkeerplaats, het einde van de weg. Een ranger wijst ons op antilopen die grazen een eind verderop. Hij vertelt over de (koude) Atlantische oceaan aan de westkant en de (warme) Indische oceaan aan de oostkant waar de walvissen uit Antarctica jongen werpen. Als hun vetlaag voldoende is, zwemmen ze terug. We hebben zicht op beide oceanen.

We volgen het pad naar boven naar de vuurtoren, onderweg genietend van de meest mooie uitzichten. Verderop staat een kleinere vuurtoren, de twee na beste brander van de wereld, volgens de ranger. Vanaf de parkeerplaats rijden Krein en Alfred naar het bord met ‘Kaap de Goede Hoop’, vanaf daar beklimmen zij een enorm hoge rots. Job, An en ik wandelen over een pad gemaakt van getimmerde plankjes dat verschillende keren wordt onderbroken door steenvlaktes.  De wind is zo krachtig dat je gerust kan leunen zonder te vallen. Dit vergroot mijn angst als het pad langs de afgrond slingert. Blij dat Job mij aan de hand neemt. Trots op mezelf dat ik dit toch maar heb gedaan en we samen genieten van ons fotomoment bij het bekende bord ‘Kaap de Goede Hoop’.

Vanaf daar gaan we slingerend door dit enorm gebied begroeid met fynbos, een oase van geel en wit afgewisseld met groen. We spotten twee andere soorten antilopes (er zijn vijf soorten), zien een groep struisvogels en zelfs een baviaan. Dat loopt hier allemaal zo maar rond, onvoorstelbaar!

We verlaten het nationaal park en rijden door naar Boulders Beach waar we genieten van een kolonie Afrikaanse pinguïns. Weer een bijzondere dag die ik in de koffer mee terug neem!

 

Robbeneiland

Nelson Mandela zat vast op Robbeneiland samen met Thulani Mumbaso, de laatst levende gevangene. Hij leidt ons rond in de gevangenis. Zijn verhaal is indringend, ik haal een paar keer diep adem om mijn tranen terug te dringen, eentje breekt door de barricade en loopt zachtjes over mijn wang bij zijn woorden:

‘Mijn handen werden op mijn rug vastgebonden. Een zakdoek propten ze in mijn mond met daar overheen een stuk tape. Ik kreeg een papieren zak op mijn hoofd. Daarna knoopten ze  mijn shirt open en ontdeden mij van de rest van mijn kleren. Toen ik naakt voor hen stond gooiden ze emmers koud water op me. Daarna zetten ze me onder stroom.’

Vanuit zijn rolstoel spreekt hij ons toe in een zaal waar 60 politieke gevangenen verbleven. Eerst sliepen ze op matten tot Mandela verzocht om een bed voor iedereen. Je kan niet voor iedereen spreken, werd hem verteld. Mandela kreeg zijn bed, hij weigerde er op te slapen. Later werd de mat in geruild voor een bed voor elke gevangene. Zoals Thulani zegt over Mandela ‘he never asked to lead, we made him to lead’.

Thulani is een rasverteller. Hij last op de juiste momenten pauzes in zodat zijn verhaal kan bezinken en zich vastzet ergens in mijn lichaam. Slechts een keer per zes maanden mocht elke gevangene bezoek ontvangen voor een half uur. Ze werden verplicht Engels te spreken,  wat de meesten niet spraken, wat betekende dat gevangene en bezoeker elkaar een half uur aanstaarden.

Op een dag hoorde hij dat zijn vader hem kwam bezoeken. Vergezeld door een bewaker liep hij naar het bezoekerscentrum. Als hij plaatsneemt achter het glas waardoor hij straks zijn vader kan zien, krijgt hij de mededeling dat hij niet komt. Hij is dood geschoten, door dezelfde mannen die hem hebben gemarteld. Iedereen valt stil, alleen het kleine kind dat continue op de verkeerde momenten ‘mama’ jengelt, doet dat nu ook.

De gevangenen van Robbeneiland hebben gezorgd voor vrijheid en rechtvaardigheid in hun land. ‘Zorg dat dit nooit meer gebeurt’ is de boodschap waar Thulani zijn verhaal mee eindigt.

Ik denk aan Oekraïne …

 

Bezoek township

Met spanning in mijn lijf stap ik het rode glimmende hop-on minibusje in. ‘Goedemorgen’ verwelkomt de zwarte chauffeur met zwarte pluisbaard ons vijf-en. Voor de rest spreekt hij Engels, de voertaal hier. Tobele, wat respect betekent, voorziet iedereen van positieve energie, ons en andere weggebruikers die hij door zijn open raam iets toeschreeuwt. Hij kent veel mensen.

We drijven in zijn gepassioneerde woordenstroom naar Langa, de kleinste township (ruim 100.00 inwoners) en de oudste, bestaat vanaf 1920. Veilig van achter de ramen kijken wij naar de mensen op straat, zij kijken terug.

Een eindje verder stoppen we, waar een andere gids aansluit. Zijn naam is Buntu, wat humaan betekent. Hij is inwoner van de township. Zonder schroom zetten we onze eerste stappen in een onbekende wereld. Tobele overtuigt ons dat het goed is dat wij hier zijn. Daardoor krijgt hij zijn loon, net als zijn collega-gids, de medewerkers op de ticketoffice. De mensen in de township zijn blij met belangstelling voor hun leven, bovendien alles wat we hier besteden maakt een groot verschil voor veel inwoners.

Wat hij zegt, komt overeen met het gevoel van welkom dat wij ervaren. Kinderen zwaaien, mensen groeten, geven boksen en vragen ‘where are you from?’ We mogen binnen kijken in stenen huizen, door de overheid verstrekt op voorwaarde dat je werkloos bent of niet meer verdiend dan 2500 rand per maand (€ 165 ).

Vrouwen bereiden schapenkoppen, de delicatesse van de township. Geen van ons voelt de behoefte om het te proberen, zeker niet meer na het zien van een mand vol koppen die je nog half aankijken. ‘Als je in deze township één vegetariër vindt,’ zegt Tobele, ‘krijg je mijn volledige maandsalaris’. We betreden een woonkamer waar kinderen tv kijken, achterin de ruimte wordt brood gebakken. Wij doen ons tegoed aan een hartige hap die de vrouw ter plekke voor ons bereidt.

Het township is opgedeeld in drie secties: lower-, middle- and upperclass. ‘This is Beverly Hills. Hier wonen de doctoren en advocaten. Zij zijn een voorbeeld voor de lower- en middleclass,’ vertelt Buntu.

Even later lopen we door de modder langs een rij w.c.’s waar een heel woongedeelte gebruik van maakt. Een groep vrouwen is aan het wassen, overal hangt was, uit een hutje schalt een keiharde beat. Het rode mini-busje pikt ons op. Manoeuvrerend tussen de zeer smalle stegen door, vindt Tobele de uitgang. De mensen in de straten zwaaien, wij zwaaien terug. Dankjewel Langa voor jouw gastvrijheid!

 

Het Zuid-Afrika gevoel

Wat we thuis hebben, hebben we hier in ons appartement, ook een vaatwasser. Wat we thuis altijd hebben is stroom, dat is hier anders. Zuid-Afrika is zuinig op haar elektriciteit. De dag begon met een appje van de parkmanager ‘de stroom gaat er af van 08.00 tot 10.30 uur’. Jammer van het kopje thee bij het ontbijt, blij met het ‘we-zijn-in-Zuid-Afrika-gevoel.’

Dat gevoel verdwijnt onderweg. Krein stuurt ons over goed geasfalteerde, veelal driebaanswegen, naar V&A Waterfront, volgens de ANWB-reisgids behorend bij de beste bezienswaardigheden uit Kaapstad. Via een ultramoderne shoppingmall komen we uit op schone straten met nog meer winkels met blinkende etalages en verzorgde terrasjes. Bang om elkaar kwijt te raken zijn we niet, we voelen ons compleet op ons gemak, stiekem wel jammer. Het lijkt een ‘normale vakantie’ terwijl we toch echt aan de andere kant van de wereld zijn. Als ‘echte toeristen’ maken we uiteraard een foto in de lijst met op de achtergrond de Tafelberg nog in een wolkensluier gehuld.

In alle hevigheid komt het Zuid-Afrika-gevoel ’s middags terug als we op de top van de Tafelberg staan. Als Alice in Wonderland wandel ik over de paden op deze platte berg.

Pin It on Pinterest