Delen

Weet je, mijn verhaal draag ik al langer bij me dan de drie zwangerschappen opgeteld van mijn kinderen. Dat is best lang! Het wordt tijd om het te delen. Na de geboorte van met name de oudste duurde dat ‘delen’ ook even. Bij een eerste is alles nieuw. Niemand mocht hem op de arm houden. Stel je voor dat zijn hoofdje niet goed werd ondersteund. Daar moet je toch niet aan denken. Kraamvisite mocht kijken naar ons mooie wonder. Van arm naar arm de kring rond, echt niet!

Met mijn verhaal gaat het ook ongeveer zo. Het is op de wereld gezet. De frisse spruit ligt nu bij de redacteur. Zij zorgt als een kraamhulp dat het kind een goede start krijgt en staat de moeder bij met raad en daad. Ik heb een mail gehad van de redacteur dat ik deze week een terugkoppeling krijg. Spannend! Wat zal mijn kind nog van mij nodig hebben?

Ik durf het nu wel aan dat mijn kind in bijvoorbeeld jouw armen ligt.?

Het verhaal gaat over Molly, moeder van twee dochters. Ze is op weg naar het UMCG. Uitzaaiingen van een melanoom zitten in haar darmen. Aan de operatie die ze morgen ondergaat, kleven grote risico’s.  Een goede nachtrust zou fijn zijn. Echter slechts hazenslaapjes zijn Molly gegund met een snurkende buurman als kamergenoot. Gedachten dringen haar hoofd binnen, omarmt ze haar leven  of blijft ze vluchten voor de werkelijkheid.

Yes!

Yes, het manuscript is af!

Het begint langzaam door te dringen dat ik over de helft van mijn reis ben. In de zomer van 2018 op een collegeblok schreef ik de eerste woorden. Woorden die het niet hebben gehaald. Ik liep na een paar maanden hartstikke vast. Mijn droom, het schrijven van een boek, bleef overeind staan. Toen ik eind december door mijn administratie woelde, kwam ik een printje tegen van een schrijfreis. ‘Moet je doen!’ moedigde Alfred mij aan.

In het mooie Portugal leerde ik over perspectief, personages van wie je moet weten hoe ze hun koffie drinken ? en waar het verhaal zich afspeelt. Ik kwam er achter dat de manier van schrijven zoals ik tijdens mijn studie Journalistiek & Communicatie had geleerd, niet handig is voor het schrijven van een boek. Het was een mooie week maar ook eentje van worstelen; ik had echt geen idee wat mijn personage wilde.

Inmiddels heb ik mijn personage leren kennen: ze is zoekende in het leven en drinkt haar koffie met melk.

Wat was aangestipt in de schrijfweek, wilde ik verder uitdiepen. Niets leukers dan nieuwe dingen leren. Toen corona voorbij leek na de zomer van 2020, toog ik naar Groningen voor mijn eerste les van het basisjaar aan de Schrijversacademie. Een jaar lang schreef ik van deadline naar deadline om mijn schrijftechnieken te verbeteren. In het vervolg, de specialisatie ‘romans en korte verhalen’ was mijn boek weer aan de beurt. Een synopsis (= soort raamwerk) opstellen en vervolgens schrijven, feedback geven en ontvangen en door … schrijven, schrijven, schrijven.

Alles kwam voorbij in het schrijfproces van vragen zoals ‘waarom wil ik dit ook al weer?’ met bijbehorende hoofdpijn en mezelf verkneukelen over wat ik had bedacht.

En nu? Aan de slag met een redacteur en vormgever.

Nooit af

Afgelopen week luisterde ik naar een podcast van Omdenken van Berthold Gunster. Het ging over een fotograaf die het plezier in haar werk verloor door haar eigen onzekerheid. Ze bleef maar foto’s schieten vanwege haar angst dat de goede er niet bij zou zitten. Berthold Gunster wist haar te vertellen dat die onzekerheid nooit overgaat, het hoort bij creatieve beroepen.

Zo werkt het ook bij schrijven. Ik vraag me regelmatig af; wanneer is het goed? Een zin kun je op zo veel verschillende manieren formuleren. Hoe weet ik of ik de juiste manier heb gevonden? Wanneer is het stuk tekst echt af? Wanneer klopt het? Hoe weet ik straks als het manuscript voor me ligt, ik er niets meer aan hoef te veranderen?

In het boek ‘The artist’s way’ staat op pagina 172: ‘In zekere zin is geen enkele creatieve handeling ooit klaar.’ Ik kan me daar in vinden. Hoe ik iets vandaag schrijf, zal ik morgen anders doen en over een maand nog weer anders. Hoe zal het over een paar jaar zijn als ik nog meer levenservaring heb, zal het dan helemaal anders zijn? Waarschijnlijk wel.

Waar ik houvast aan heb bij het schrijven is dat ik plezier beleef aan het proces. Julia Cameron schrijft hierover. Vrij vertaald komt het hier op neer: het beleven van de weg er naar toe, het proces, is voedsel  voor de ziel en het ego voedt zich met de eindbestemming, het resultaat. Voorlopig bereid ik maaltijden voor mijn ziel.  Al mijn schrijfsels heb ik doorgenomen en ontdekt dat op een aantal plaatsen nog aanvullende tekst nodig is. Daar ga ik verder mee erop vertrouwend dat ik voel wanneer het ‘klaar’ is. 

 

 

Pootjes in de lucht

Pootjes in de lucht, bek hangt opzij, gesnurk, zo heb ik mijn maatje het liefst. Want als hij zo ontspannen in zijn stoel naast mijn schrijftafel ligt, zit ik in de flow. Hij spiegelt mijn gemoedstoestand. En ja, omgekeerd komt ook voor, dat hij van zijn stoel springt en mij vragend aankijkt. Ik hem ga aaien, nog een kopje koffie neem en mij door mijn mobiel laat afleiden.

Afgelopen week droomde hij en dat werkt lekker op zijn vredige snurk-geluiden. Tussen het snurken door kan hij ineens heel hoog gaan blaffen, dezelfde blaf als hij tijdens de wandeling een konijn spot. Hij is vast op jacht, denk ik dan. Kort daarna pakt hij zijn snurk-ritme weer op. Waar hij over droomt doet er niet toe, hij is relaxed, ik zit in de focus.

Yes! Die focus heeft ervoor gezorgd dat er nu een ruwe versie voor me ligt met daarbij een aantal losse teksten die nog een plek gaan krijgen in het geheel. Een nieuwe fase! Eentje van lezen en opmerkingen plaatsen.

De opmerkingen van vandaag:

  • Te grote overgang
  • Show don’t tell
  • Vertragen (= meer tekst)
  • Te cliché
  • Zin kan beter

Ik let ook op consistentie van de personages. Net als dat jij bepaalde opmerkingen nooit zal maken, bepaalde kleding nooit zult dragen of bepaalde dingen nooit zult doen geldt dat ook voor mijn personages, die moeten kloppen. Datzelfde geldt voor hun namen. Die heb ik soms aangepast, omdat ik een andere naam beter vond passen. Of de auto waarin ze rijden.

Je snapt, nog werk genoeg. Duim je voor mij dat mijn maatje de komende tijd met zijn pootjes in de lucht, met zijn bek opzij de schrijfhut vult met snurk-geluiden?

 

 

 

Stimulerende middelen

Ik mag gewoon zijn. Hoe mooi is dat? De stem uit mijn telefoon spreekt mij bemoedigend toe. ‘Wees dankbaar voor deze nieuwe dag.’ Ik zit in mijn nachthemd in een donkere kamer op de bank met rechte rug en hangende schouders.

Je weet misschien nog dat ik stoeide met de volgorde. Die heb ik chronologisch uitgeschreven, zo kon ik aan elke gebeurtenis een tijd koppelen. Het bleek dat mijn hoofdpersonage aardbeien plukte in december, ha ha. Ik kreeg overzicht en ging ‘gaten’ vullen; wat mist er nog naar mijn idee.

Tijdens het schrijven wat best oké ging, sluimerde er een gevoel op de achtergrond. Ik kon er niet direct de vinger op leggen. Het werd iedere dag sterker. Op een gegeven moment had het zich naar de voorgrond gedrongen en moest ik mijn pen neerleggen. Ik ontdekte wat het was.

Je bent nu wel druk aan het schrijven MAAR is de ontwikkeling die het hoofdpersonage doormaakt voldoende voor het verhaal of is er nog ‘een soort’ ontknoping nodig, een extra sausje? Rationeel kan ik deze vraag niet beantwoorden dus vond ik het gisteren tijd voor het inschakelen van mijn onderbewuste en downloadde een meditatie-app.

Ik deed nog iets anders vanochtend. Het schrijven van de ‘morning pages’ heb ik weer opgepakt. Deze term komt uit het boek ‘The Artist’s Way’ van Julia Cameron, een bijbel voor de creatieve mens. Het komt hier op neer dat ik elke ochtend drie bladzijden vol schrijf met alles wat op dat moment in mij opkomt zonder de pen van het papier te halen. Verrassend wat soms aan het oppervlak komt. Al vaker leverde het mij antwoorden.

Dat zijn dus mijn stimulerende middelen: meditatie en schrijven van morning pages. Wat zijn die van jou?

Eigen plek

Wat vond ik dat lastig in het begin, tijd vrij maken voor schrijven. Ik had geen vaste schrijfplek. Of ik zat in de kamer aan de eettafel of in de keuken op een kruk of op bed met een kussen in mijn rug.

Het is woensdag. Ik zit op de slaapkamer die ik net heb opgeruimd want rondslingerende kleding leidt af van het schrijven. ‘Mam, heb jij mijn geo nog gezien?,’ brult kind X van onderaan de trap. ‘Volgens mij in de keuken,’ roep ik terug terwijl ik al op sta en zelf ga kijken. Daar ligt hij op de fruitschaal. Nu ik toch in de keuken ben, kan ik meteen de vaatwasser uitpakken. De bel gaat. De bezorger van Post NL duwt mij een pakje in de handen met mijn naam er op. Ik scheur het open. Het is het shirt waar ik al drie weken op wacht. Meteen maar even passen. De telefoon gaat. ‘Mevrouw ik heb een vreselijk goed aanbod voor u.’ ‘Sorry, geen belangstelling.’ Ik leg de hoorn neer, zie een half uitgepakte vaatwasser, denk aan de boodschappen die ik nog moet doen maar zoek toch mijn schrijfblok weer op. Een kwartier staar ik naar een vel met bovenaan één geschreven zin. Vrijdag ga ik verder.

Ik liet alles voorgaan ondanks mijn geplande schrijfdagen op woens- en vrijdag, de dagen waarop ik niet werkte. Stukje bij beetje verbeterde mijn schrijfgedrag.

Het oude schuurtje in onze tuin sloopten we. Alfred bouwde een nieuwe, ik ondersteunde met timmer- en verfwerk. Na een jaar was daar mijn schrijfhut. Ik ging meer schrijven want als ik in de hut zit, schrijf ik, beloofde ik mezelf. Ook mijn omgeving hield hier rekening mee.

Ondanks dat ik het huis nu meestal voor mezelf heb, kinderen zijn uitgevlogen, schrijf ik in mijn hut. Er is geen wifi, geen deurbel en mijn mobiel blijft in huis achter. De vogels, vlinders en kikkers zijn mijn enige afleiding en dat is oké.

Pin It on Pinterest